Wederwoord: de ware kwaliteit van ventilatie

Als Kennisplatform Energieneutraal Bouwen en als erkende en neutrale wetenschappelijke onderzoeksinstelling voelt Pixii zich geroepen om extra duiding te geven bij het artikel ‘Systeem D helft duurder dan systeem C+ - De ware kost van ventilatie’. Het klopt dat je niet passief kan bouwen zonder een ventilatiesysteem D te plaatsen, maar dat betekent helemaal niet dat “er geen redenen zijn om een systeem D te plaatsen, tenzij je passief wil bouwen”, zoals het artikel concludeert. Wij als Pixii hebben heel wat theoretische kennis en praktijkervaring met ventilatiesystemen en geven graag correcte informatie mee aan de lezers.

Hoewel de auteur de onderzoeksresultaten van de studie min of meer correct weergeeft, zijn de conclusies die hij trekt echter foutief: resultaten die de onderzoekers van de Universiteit Gent in de wijk ‘De Venning’ vaststelden, worden naar de volledige ventilatiemarkt veralgemeend. Dit is in dit geval niet mogelijk.
 

De context

Vooreerst: appelen met peren vergelijken is nooit een goed idee. In het artikel wordt een vraaggestuurd systeem C+ vergeleken met een niet-vraaggestuurd systeem D. In tijden dat we online om de oren worden geslagen met allerhande zogezegde waarheden, is het niet onbelangrijk om even stil te staan bij nieuwsartikels: wat is de aanleiding voor dit artikel? De invalshoek? Wie heeft het nieuwsitem aangebracht? Dit artikel ‘Systeem D helft duurder dan systeem C+’ werd aangebracht door het bedrijf Renson. Op zich wil dit niet zeggen dat het artikel een loopje met de waarheid neemt, maar het is wel belangrijk dat de lezer deze informatie meekrijgt. Belangrijk is ook dat diezelfde lezer weet dat de onderzoekers van de Universiteit Gent die vermeld worden niét de kans kregen dit artikel voor publicatie na te lezen.
 

De studie concludeert uit een monitoringstudie in ‘De Venning’ dat een vraaggestuurd afvoerventilatiesysteem C+ tegenover een niet-vraaggestuurd balansventilatiesysteem met warmteterugwinning D in de praktijk een lager elektriciteitsverbruik heeft, geen significant hoger energieverbruik voor ruimteverwarming heeft, en een vergelijkbare binnenluchtkwaliteit creëert.

De feiten op een rij
Onderstaande reacties werden wel nagelezen door de betrokken onderzoekers van Universiteit Gent.

  • Dit onderzoek vergelijkt een vraaggestuurd systeem C+ niét met een vraaggestuurd systeem D. Rust zo’n balansventilatiesysteem ook uit met vraagsturing en dan zal het energieverbruik vanzelfsprekend dalen.
  • Het vraaggestuurd C-systeem is de Renson Healthbox EVO II. Het balansventilatiesysteem is de Swegon CASA-R, met een roterende warmtewisselaar en een thermisch rendement van 75%. Dit is evenwel niet de huidige standaardtechniek: in België worden vooral tegenstroomwarmtewisselaars gebruikt. Bovendien zijn er verschillende ventilatietoestellen met warmterecuperatie op de markt die een veel beter theoretisch rendement van 85 à 90% halen. Anderzijds is de drukval over die betere warmtewisselaars hoger en zal daardoor het opgenomen ventilatorverbruik ook hoger uitvallen.
    • Het maximale opgenomen ventilatorvermogen van de Swegon CASA-R bedraagt volgens de EPBD-databank 2x 110W. Er zijn echter ventilatietoestellen op de markt die, zelfs bij bovenvermeld rendement van 85 à 90%, een veel lager opgenomen ventilatorvermogen hebben van rond de 2x 85W en hierbij dezelfde debieten realiseren als de Swegon. Een aantal fabrikanten van D-systemen zal dus het thermisch rendement nog moeten zien te verhogen en het opgenomen ventilatorvermogen moeten verlagen. Een aantal fabrikanten heeft reeds bewezen dat dit perfect mogelijk is.
    • Meer dan bij C-systemen dient het kanalennet bij D-systemen zo ontworpen te worden dat de drukval over deze kanalen zo laag mogelijk is. Hoe lager de drukval, hoe lager het opgenomen ventilatorvermogen zal zijn om eenzelfde debiet te realiseren.
    • Bovendien blijkt uit het onderzoek dat het bewonersgedrag ook een sterke impact heeft.
    • De vereenvoudigde beoordeling van ventilatiesystemen in de EPB-regelgeving aankaarten, is ons inziens wel terecht.

Onze conclusie?
Dit afstudeeronderzoek is een waardevolle studie, maar met beperkte data. De resultaten mogen dus niet zonder meer veralgemeend worden. De specifieke keuze voor de ventilatiesystemen Renson Healthbox EVO II en Swegon CASA-R in dit onderzoek vergroten de verschillen overdreven uit en geven een vertekend beeld vergeleken met andere kwalitatieve toestellen in de markt. 

Pixii is blij dat het magazine aandacht schenkt aan die onzichtbare onbekende: de luchtkwaliteit. Wij pleiten alvast voor het volgende:

  • Net als de Hoge Gezondheidsraad wensen wij meer diepgaand onderzoek naar de binnenluchtkwaliteit en naar meer harmonisering van de verschillende tests.
  • Er moet niet alleen aandacht zijn voor CO2, maar ook voor bijvoorbeeld PAKs, black carbon, fijn stof, pollen en andere polluenten. Balansventilatie biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid om polluenten uit de buitenlucht te filteren.

Voor de volledigheid geven we enkele, nog niet besproken, voordelen van type D mee: het comfort dat voorverwarmde of voorgekoelde ingeblazen lucht - in plaats van koude buitenlucht in de winter of onaangenaam warme lucht in de zomer - creëert in de leefruimtes, de mogelijkheid om bevochtiging toe te passen op toevoerlucht en geluid afkomstig van buiten de woning te dempen op een esthetisch verantwoorde manier. Het is wel zo dat een systeem D beter zal presteren in een zeer goed luchtdicht gemaakte woning dan in een minder luchtdichte woning. Door een matige luchtdichtheid kan een deel van de warmte niet teruggewonnen worden via de warmtewisselaar en net daarom kan het theoretisch rendement ervan – inderdaad – een overschatting zijn.